Gelre ziekenhuizen hield op donderdagavond 23 november een bijeenkomst met als onderwerp "MS en blaasstoornissen". Wederom een interessant onderwerp, omdat ik begreep dat deze problemen bij MS eerder regel dan uitzondering zijn. Zelf ondervind ik aan den lijve wat deze stoornissen inhouden dus een goede reden om deze avond bij te wonen. Bijkomend voordeel dat de bijeenkomst in Apeldoorn werd gehouden dus op donderdagavond, ruim op tijd naar de "Cantharel" getogen om informatie op te doen.
De locatie was me bekend, de te verwachten problemen bij het binnen komen ook, maar gelukkig waren wat familieleden bereid, in samenwerking met andere werkgroepleden, om een helpende hand te bieden bij het begeleiden van de verwachte gasten naar boven toe.
Gezien de hoge opkomst bij de bijeenkomst in Zutphen waren de verwachtingen hoog gespannen en gelukkig werden we daarin niet teleurgesteld.
Ook de regionale werkgroep van de MSVN was aanwezig en de voorzitter opende deze avond door de andere werkgroepleden voor te stellen. Hierna werd het woord gegeven aan Marco Heerings, verpleegkundige in het academische ziekenhuis in Groningen en gespecialiseerd in blaasstoornissen. Hij begon zijn betoog met een anatomisch verhaal over de opbouw van de blaas en enkele kenmerkende verschillen tussen man en vrouw, buiten de verschillen die iedereen zo op kan noemen.
Een goede werking van de blaas wordt verdeeld in twee fases, tegengesteld aan elkaar.
De eerste fase, de opslag-vulfase, kenmerkt zich door een ontspannen blaas welke zich druppelsgewijs vult met urine. De blaas wordt afgesloten door de sluitspier welke gespannen is en daarom zorgt voor een goede afsluiting van de blaas. Naarmate de blaas zich vult met urine ontstaat de eerste aandrang tot plassen (welke nog genegeerd kan worden), gevolgd door een normale aandrang tot plassen. Wanneer hier geen gevolg aan wordt gegeven ontstaat uiteindelijk een sterke aandrang tot plassen. Het is dan ook zaak om nu te gaan plassen.
De tweede fase, de mictiefase, kenmerkt zich door het legen van de blaas. De blaas is gespannen, de bekkenbodem en sluitspier zijn ontspannen zodat de blaas zich helemaal leegt. Er blijft geen urine achter in de blaas.
Aangezien de blaas wordt bestuurd door motorische zenuwbanen, en informatie geeft langs sensorische zenuwbanen en MS ingrijpt op de zenuwbanen is het goed te begrijpen dat MS invloed kan hebben op een goede werking van de blaas.
Allerlei klachten zijn denkbaar waarmee MS de werking van de blaas om zeep helpt. Te snel aandrang krijgen of juist geen aandrang krijgen, het achterblijven van urine in de blaas wat een voedingsbron kan zijn voor ontstekingen, incontinentie en allerlei tussenvormen.
Zeer vervelend maar ook gevaarlijk omdat door het overlopen van de blaas (teruglopen naar de nieren) de hogere urinewegen beschadigd kunnen worden met alle gevolgen van dien.
De behandeling van deze klachten kenmerkt zich dan ook door het voorkomen van schade aan de hogere urinewegen en het verbeteren van de kwaliteit van leven.
De behandeling kan bestaan uit fysiotherapie, medicijnen, zelfkatheterisite (mits de handfuctie nog goed is), verblijfskatheters, zenuwstimulatie, botox en uiteindelijk zelfs chirurgische handelingen. Veel is dus nog mogelijk, zaak is om te kijken wat de klachten zo goed mogelijk te lijf gaat en het beste bij iemand past.
In de pauze is er gelegenheid om de aanwezige stand van de regionale MSVN-afdeling te bezoeken.
Na de pauze is het woord aan Astrid Slettenaar, MS-verpleegkundige in Zutphen. Zij vertelt over de handelwijze van haar, als er mensen bij haar op het spreekuur komen. M.b.v. een vragenlijst, de zogenoemde blaasanamnese, probeert ze er achter te komen of er een probleem ligt met de blaas. Voorkomende vragen zijn: