
Terwijl Peter Boutsma alleen in de tuin met een kopje thee zit, denkt hij na over de gebeurtenissen van de afgelopen paar jaar. Hoe hij zijn dagen anders is gaan invullen, hoe hij een andere invulling aan zijn leven heeft gegeven. Over de manier waarop hij naar de mensen om zich heen, en vooral naar zichzelf is gaan kijken.
"Ik kom vanavond wat later thuis hoor." Peter heeft zijn overwerkplan voor vandaag vanaf zijn werkplaats aan zijn vrouw Iris doorgegeven. Het zit niet mee vandaag, veel afspraken en weinig tijd. En twee zieken, tenminste dat zeiden ze.
Hij voelt zich moe en lusteloos. Z'n ogen laten dubbele, maar vage beelden zien. Hierdoor ziet hij maar half zoveel als normaal. En dat rechterbeen lijkt wel te slepen als hij naar het koffieapparaat loopt. "Spijt van gisteravond?", vraagt een collega, terwijl hij een veelbetekenend nipgebaar met zijn hand maakt. Peter doet alsof hij het niet hoort en loopt zo onopvallend mogelijk naar zijn kantoortje. Als nou naar niemand ziet hoe hij loopt te slingeren. Het wordt tijd dat de zomervakantie begint, denkt hij. Maar het is nog maar begin april.
Peter heeft een goede opleiding gehad. Zijn werk als onderhoudsmonteur bij een groot garagebedrijf doet hij met enthousiasme. Door zijn grote inzet geeft hij inmiddels leiding aan acht collega's. Hij voelt zich erg verantwoordelijk voor het bedrijf. Zijn baas laat de praktische gang van zaken al helemaal aan hem over. Peter is iemand van het type 'druk, druk, druk'. In zijn schaarse vrije tijd maakt hij van alles en nog wat van hout. Laatst nog twee konijnenhokken voor zijn kinderen en voor hun vriendjes. Verder doet hij secretariaatswerk voor de plaatselijke konijnenfokvereniging. Ook knapt hij hun oude woning eigenhandig op, helemaal naar de smaak van Iris. Hij geniet van het zware werk, hij voelt zich een echte man. Af en toe speelt hij op zijn gitaar. Hij kan zo romantisch de snaren strelen. Daardoor ziet Iris af en toe de zachte kant van haar machoman. Nee, tijd voor onbelangrijke dingen heeft hij niet. Tijdens Sesamstraat, áls hij dat al haalt vanwege overwerk, zit hij op de bank tussen zijn kinderen en valt in slaap.
In de loop van een paar jaar nemen de uitvalsverschijnselen in z'n benen en armen toe. De oogklachten trekken na een prednisonkuur wel weer wat bij, maar blijven een zwakke plek. Als hij nou maar kan blijven autorijden. Het is al een keer bijna misgegaan toen hij een vrachtwagen niet op tijd zag. Hij heeft het thuis maar niet verteld, ze zouden zich maar zorgen gaan maken. En dat is helemaal niet nodig. En dan die voortdurende moeheid. In het kantoortje valt dat niet zo op, maar hij moet natuurlijk ook regelmatig de werkplaats in. Zonder dat de collega's het merken houdt hij zich vaak onopvallend vast aan een auto. En wat moet hij vaak naar de WC, niet normaal meer.
Op aandrang van Iris maakt hij een afspraak met de huisarts. Die weet het ook niet. Misschien is er wel sprake van een tumor in zijn hoofd. Hals over kop naar het ziekenhuis.
Vele onderzoeken volgen elkaar op, z'n hele lijf wordt binnenstebuiten gekeerd. De uitslagen zijn onduidelijk. Misschien is het wel psychisch, iets tussen de oren. De huisarts verwijst door naar de neuroloog. Wat zal die zeggen? Zal hij binnenkort dood gaan? Kan hij nog voor zijn gezin zorgen? Nog veel meer vragen buitelen door zijn hoofd. De zelfbewuste Peter die alles ontleende aan zijn harde werken wordt steeds onzekerder.
Wat duurt dat wachten op die neuroloog toch lang. Van al die mensen in de wachtkamer word je ook niet vrolijk, denkt hij. Eindelijk komt een verpleegster binnen:"komt u maar".
Met onzekere tred volgt hij het jonge ding. Achter een opstaand beeldscherm zit de dokter voor zich uit te kijken. De toegestoken hand voelt naar de afwezige blik van de medicus.
Diagnose: multiple sclerose (MS)
Peter voelt de grond onder hem wegzakken. Hij begint te zweten, eerst op zijn hoofd en daarna over heel zijn lichaam. Er valt nu niets meer te camoufleren. Ongeneeslijk ziek, niet meer geschikt voor het zware werk in de garage. Hoe moet hij dat thuis vertellen, en in de garage? Na een jaar ziek thuiszitten volgt de gevreesde oproep voor zijn medische keuring: hij wordt in één klap afgekeurd voor zijn werk en goedgekeurd voor de WAO.
Eigenlijk is dat laatste voor Peter een opluchting: hij hoeft niet meer te werken en krijgt toch geld. Nu mag hij ook van zichzelf ziek zijn. Het beestje heeft een naam gekregen: MS.
Doen ze dat nou met opzet, de stoelen zo neerzetten dat hij er tegenaan loopt als hij snel iets wil pakken? Het is net of de buren ook anders tegen hem aankijken. En er komt ook nauwelijks iemand van de familie langs, zeker te ver weg. Iris doet ook al zo afstandelijk tegen hem. Zou ze iemand anders hebben? En lekker stoeien en knuffelen met de kinderen gebeurt ook al niet meer. Maar dat kan hij ook niet meer. Hij beseft dat hij steeds knorriger en meer teruggetrokken is geworden. Na de zoveelste uitbarsting weet hij het zeker: zo mag zijn verdere leven er niet gaan uitzien! Gitaar spelen gaat niet meer. Klussen, in de tuin werken, timmeren, lopen en een heleboel andere dingen ook niet. Heeft zijn leven eigenlijk nog wel zin?
Hij ergert zich aan alles en iedereen en schrijft en schrijft. Dát kan hij nog wel. Het schrijven gaat hem steeds beter af. Dat is nog eens wat anders dan zitten knoeien aan auto's van andere mensen. Als hij zo zit te oreren over zijn oude werk als automonteur veegt hij ongemerkt een traan af met zijn trui. Iris ziet het wel. Die weet wat haar man doormaakt, maar weigert hem als patiënt te zien. Als ik wat voor je moet doen dan zeg je het maar. De ziekte is te grillig om voor een buitenstaander te volgen heeft ze gelezen, dus vandaar. Peter weigert om boeken over MS te lezen. "Je ziet dan alleen de ergste gevallen, bij mij valt het nog wel mee."
Het secretariaat van de konijnenfokvereniging is nog wel te doen, hij heeft er nu zelfs meer tijd voor dan ooit. Met z'n scootmobiel kan hij de konijnententoonstellingen in het dorp nog steeds bezoeken. De mensen doen er niet eens zo stom over als hij verwachtte. Hij voelt zich een graag geziene deelnemer. Zo kan hij met behulp van vrijwilligerswerk nog steeds een belangrijke bijdrage leveren aan de maatschappij.
Van zijn dochter krijgt hij een klein gitaartje als kerstversiering. "Kun je mooi naar kijken met Kerst, je hoeft er niet eens zelf op te spelen", zegt ze bemoedigend. Van zijn zoon krijgt hij een stenen kikker."Die kijkt zo leuk, met van die grote domme ogen". Het is goed bedoeld, denkt Peter. Het is wel even wennen met hun vader de hele dag thuis. "Word je nou nooit meer beter?" Ze willen het gewoon niet geloven.
Iris heeft zich verdiept in boeken over MS, zij weet wat hun gezin te wachten staat: pijn, verdriet, dingen die niet meer vanzelf gaan, onzekerheid. Vooral deze onzekere toekomst grijnst haar vaak tegemoet.
De kinderen zijn naar school en Iris is vanmiddag bij haar moeder. Peter zit op zijn ruststoel die hij na lang aandringen, vooral van Iris, van de ziekteverzekering heeft gekregen.
Hij speelt met de kleine gitaar die aan een plant is gehangen. Het doet hem denken aan de tijd dat hij zelf nog gitaar speelde. Vooral als jongen had hij met zijn gitaar veel succes bij de meiden. Nu kost hem dat te veel energie. Hij voelt de fretten op de hals van de gitaar ook niet goed meer.
De gitaar hangt hem aan de muur gewoon uit te lachen. Hij zal dat ding eens wat leren. Heen en weer zwaaiend strompelt Peter naar zijn zo lang gekoesterd instrument. Hij struikelt over een voetbalschoen en valt met zijn hoofd tegen het puntige tafeltje van de moeder van Iris. 'Kutding!' Hij rukt de gitaar van de muur en slaat hem tegen de muur in stukken. Daarna huilt hij onbedaarlijk, deze keer niet van de pijn.
Na een kwartier met schokkende schouders op de grond gezeten te hebben komt hij tot zichzelf. Hij staat op en ruimt de restanten op. Tegen Iris en de kinderen zal hij wel zeggen dat hij hem per ongeluk heeft laten vallen. "Gelukkig heb ik nou de gitaar van jou, zal hij tegen zijn dochter zeggen. In een zorgvuldig afgesloten vuilniszak zal de gitaar wel snel vergeten zijn, hoopt hij. De gitaar komt in zijn gedachten steeds verder van hem af te staan, het lijkt wel of hij steeds kleiner wordt. Hij gaat op het kerstboomgitaartje van zijn dochter lijken.
De kikker van zijn zoon zit op een boekenplank naast de stoel waarin Peter zit te rusten met grote ogen om zich heen te kijken. Die zit er ontspannen bij. Het is een om zich heen kijkend groen beest met grote heldere en nieuwsgierige ogen. Zo te zien beschouwt hij de wereld om zich heen, maar wat hij echt denkt blijft onduidelijk. Als Peter hem lang in z'n hand houdt wordt hij steeds warmer, steeds eigener.
Wat is zijn leven toch veranderd. Hij zit niet meer te janken in de schuur over al die dingen die hij niet meer kan. Zijn uitkering levert wel veel minder op dan het loon door het harde werken, maar er is ook wat voor terug gekomen. Hij heeft zijn kinderen beter leren kennen en Iris heeft ook onverwachte kanten. Ze heeft een baan als verkoopster in een bloemenzaak gekregen om het sterk gekrompen gezinsbudget aan te vullen. Wat een doorzetter is ze toch. Dat korte haar maakt haar ook pittiger, beter dan die slome paardenstaart. Hij boft toch maar met zo'n vrouw.
Zelf heeft hij plezier in koken en wassen gekregen, het structureert de dag. Ook de dagelijkse sociale contacten verlopen grotendeels via hem. Hij voelt zich een echte huismanager.
Jammer dat er ook van alles mis gaat. Huisman is een echt beroep en die MS went nooit helemaal.
Bij mooi weer zit Peter vaak in de tuin te genieten van de vogels en de kikkers.
Hij heeft nog nooit zoveel gelezen en hij heeft ook nooit geweten dat hij dat zo leuk vindt. Het schrijven van verhalen is voor hem een manier geworden om de onverteerbare dingen een plaats te geven. Hij probeert zoveel mogelijk in de tuin te zitten en zo weinig mogelijk in de schuur.
Na een paar jaar is Peter nog steeds de geliefde partner van Iris, vader van twee lieve puberkinderen en volwaardig lid van de dorpsgemeenschap. Hij is dus veel meer dan zijn MS. Hij heeft met Iris van rol geruild: hij doet de boodschappen en de was, kookt het eten, fungeert als praatpaal na schooltijd van zijn kinderen, denkt mee over hun werkstukken voor school en zorgt voor gezelligheid in huis. Er zijn nog steeds problemen over dingen die niet meer lukken en die hij wel zou willen doen. Of over dingen die geleidelijk maar noodzakelijkerwijs van hem overgenomen worden. De ergernissen over dingen die het thuis zitten voor hem nu eenmaal met zich meebrengen. Na soms heftige botsingen moet er vaak veel uitgepraat worden, maar dat lukt steeds beter.
Hij blijft secretaris van de konijnenfokvereniging. De externe contacten die dat met zich meebrengt fungeren voor hem als middel om zijn gevoel van eigenwaarde te behouden.
Eigenlijk gebruikt hij dezelfde technieken en vaardigheden als toen hij manager van de garage was: goed nadenken, initiatieven nemen en het overzicht bewaren. Energie uitsparen voor zijn lichaam is er bij gekomen. Nog meer delegeren dus. Zijn karakter is nauwelijks veranderd. Hij is nog steeds gedreven, gehaast en ongeduldig.
Hij heeft ook nieuwe talenten en mogelijkheden ontdekt, weliswaar uit nood geboren. Hij deze nieuwe samen met de oude kanten van zichzelf zoveel mogelijk uit. "Hoe is het mogelijk, en dat in zijn situatie", zeggen ze in het dorp vaak. "Hij is iemand die zijn handicap volledig geaccepteerd heeft." En "voor zijn vrouw zal het wel vaak moeilijk zijn, en dan voor die kinderen, de arme schapen." Er wordt natuurlijk volop geroddeld, maar dat doet Peter niet zoveel meer. Ze moeten toch ergens over praten. Misschien doen ze dat wel omdat ze weten dat ze zelf ook zo maar iets kunnen krijgen.
Maar waarom springen er dan tranen in z'n ogen als hij vertelt over zijn manier van omgaan met zijn MS? En dat vooral bij vrienden die hem goed kennen? Heeft hij zijn gemis wel echt geaccepteerd als er nog steeds woorden in hem naar boven komen als onvolledig, afgeleurd, afgeserveerd en buitengesloten? In zijn dromen rijdt, klimt, zwemt en bouwt hij nog steeds.
Waarom zit hij eigenlijk nooit op zijn scootmobiel als hij droomt? Waar hoopt hij op?
De klanken van het gitaarspel van Alerio Diaz vullen de kamer terwijl Peter op zijn ruststoel ligt. Dat is een voordeel van niet zelf spelen, denkt hij als zijn ogen vochtig worden. Het kerstversieringgitaartje waarmee hij ongemerkt zit te spelen glijdt uit zijn hand. Hoort hij in de tuin het gekwaak van een kikker?
Zutphen, maart 2003
Harry Dijkhuis