
Enige tijd geleden schreef ik een stukje over onze aanstaande verhuizing en het feit dat ik Zutphen nu al mis.
Inmiddels heeft ons huis een jaar te koop gestaan zonder een serieus bod. Diverse bezichtigingen en open dagen ten spijt, er was geen belangstelling.
We hadden last van de economische crisis, maar we waren wel zo verstandig om niet alvast een ander huis in Zwolle of Kampen te kopen. Dan zouden we echt een crisis op financieel en op slaapgebied gehad hebben.
Na onze knopen geteld te hebben, hebben we besloten niet te verhuizen en ons huis te verbouwen. Om hiervoor voldoende financiële middelen te krijgen heb ik een beroep gedaan op de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO).
Er zijn inmiddels twee aannemers langs geweest (verplicht) om offertes te schrijven. Er wordt rekening gehouden met mijn slechter wordende conditie: We gaan beneden slapen en douchen.
De traplift blijft gehandhaafd omdat ik anders niet naar boven kan komen. Daar doe ik nog steeds de was met de wasmachine en de droger. Bovendien voelt het niet goed om niet meer overal in je huis te kunnen komen.
Nog even en dan kan de klus beginnen. Het betekent wel dat Wilma ver moet blijven reizen voor haar werk. Dat vind ik wel erg, maar voor mezelf toch ook niet. Nu hoeven we niet telkens de teleurstelling van geen aanbod meer te verwerken en kunnen we gaan werken aan een hernieuwde toekomst. En ik hoef Zutphen voorlopig niet te missen en kan mijn werk in de werkgroep blijven doen, nog heel wat nieuwe leden welkom heten in de regio Gelderland Noord en gezellig ons lotgenotencontact blijven bezoeken.
Harry Dijkhuis